FEDA nieuwe stijl

VSE is lid van de branchevereniging voor aandrijf- en automatiseringstechniek, FEDA. Die vereniging heeft een roerige tijd achter de rug. Het begon in 2015 met de start van het imagotraject die zijn uitwerking kreeg in het rapport ‘Drijvende kracht voor vooruitgang’. Hierin werd de vertaling gegeven van de wensen van de FEDA leden die middels meerdere strategiesessies uitgewerkt werden. Het rapport gaat in op de rol, de toegevoegde waarde en toekomstige activiteiten van FEDA als branchevereniging. FEDA-voorzitter Rob Hommersen destijds: “De resultaten van het onderzoek gaven eveneens aanleiding tot een selectie van een nieuwe partner voor het verenigingsmanagement waarmee we onze ambities beter kunnen realiseren.”

Inmiddels ruim een jaar geleden wisselde FEDA van secretariaatspartner waar inmiddels een domein techniek is opgezet met verschillende andere partners. De toenmalige branchemanager André Braakman heeft, ingegeven door het vertrek van de huidige branchemanager Jeroen Jongeling, per 1 februari het stokje weer van hem overgenomen. Zijn handen jeuken om ook weer met ‘zijn’ branchevereniging en de afdeling Techniek binnen Atrium aan de slag te gaan. Er wordt door Atrium groep zwaar ingezet op het vergroten van toevoegde waarde voor de lid-ondernemers, projecten en verdere professionalisering van de vereniging.

Bijpraten
We spreken André Braakman, samen met Ron Verleun van VSE. We willen weleens weten waar de FEDA dit jaar mee bezig gaat. VSE is als systeemintegrator altijd op zoek naar de meerwaarde van samenwerking en precies dat is wat de branchevereniging ook hoog in het vaandel heeft staan. Daar moet een mooi verhaal inzitten.
“Er is heel veel gebeurd het afgelopen jaar,” horen we van Ron Verleun. De FEDA had natuurlijk een mooie route uitgestippeld en met Jongeling hebben ze daar het afgelopen jaar mooie stappen gezet. Er zijn nieuwe technologiegroepen geformuleerd zoals een robotica groep en connected industry. Hiermee wordt benadrukt dat ook de FEDA blijft innoveren. Een belangrijk element voor de koersbepaling is het hebben van meer trendinformatie en daarvoor liggen mooie plannen om met zijn allen aan de slag te gaan met business intelligence. Er is zichtbaar veel veranderd binnen de FEDA.”

FEDA-index
Business intelligence kan ongelofelijk veel meerwaarde bieden. Verleun en Braakman zijn daar beiden van overtuigd. “Dit dient dan de waardepropositie, met niet als focus zozeer procesverbetering zoals dat binnen de bedrijven frequent wordt ingezet,” zegt Braakman. “Maar het gaat om trendinformatie die als basis dient voor koersbepaling ten behoeve van bedrijfsbeslissingen.” “Eigenlijk gewoon inzetten van informatie geabstraheerd van big data,” vult Verleun aan. Het idee is om vergelijkbaar als een Nevi-index een eigen FEDA-index te krijgen. “Dat gaat natuurlijk niet van de een op de andere dag, er moet veel informatie worden verzameld. Maar de technologie is al aanwezig. We bieden dit aan de leden aan middels een dashboard. We kunnen daarin verschillende informatiebronnen uploaden en zelfs rapporten digitaal beschikbaar stellen. We gaan daar informatie van diverse bronnen in gebruiken. Van Europese koepels en banken etc. Dat vraagt natuurlijk wel om een investering, maar de verwachting is dat hiermee heel veel meerwaarde wordt gegenereerd!” Braakman laat weten dat de leden op het ledenevent in mei hierover uitvoerig worden geïnformeerd.

Braakman: “Je ziet dat er heel veel gebeurt als je intensief met elkaar optrekt.

Rode draad
De term ‘samenwerking’ loopt als een rode draad door de roadmap. De business intelligence en de meerwaarde die daaruit voorkomt, dienen ook als basis voor samenwerking. Volgens Braakman onderschatten veel Nederlandse bedrijven de kracht van het collectief. Maar we zien een verandering in het managen van bedrijven. Er ontstaat een ander wereldbeeld en men staat meer open voor delen. Er is veel te bereiken met samenwerking. “Managers moeten zich meer als ondernemer in plaats van boekhouder kunnen opstellen. Maar hiervoor zal ook een verandering in het economisch bestel dienen te komen. Dat biedt kansen die je niet in je eentje aan kunt gaan, maar waar samenwerking ook echt nodig is. We zeggen wel vaker ‘ga het gewoon doen!’. Want partijen die dat ‘gewoon doen’ zijn daar heel succesvol mee,” geeft Ron Verleun aan.

Groeiend vertrouwen
En samenwerking geldt niet alleen leveranciers onderling, maar zeker ook de opdrachtgevers, kortom eigenlijk zou de hele keten al in een veel eerder stadium met elkaar aan tafel moeten gaan. Zo kunnen zij meedenken en hun kennis inbrengen voor de beste oplossing. En die leveranciers, die kunnen dan weer op kennisniveau samenwerken, maar Verleun denkt dat daar nog veel meer mogelijk is. “Wat denk je van samenwerken op capaciteit? Zo help je elkaars pieken opvangen. Maar daarvoor moet het wederzijds vertrouwen nog wel een beetje groeien.” Braakman: “Je ziet dat er heel veel gebeurt op dat gebied als je intensief met elkaar optrekt. We horen dat van bedrijven die die weg in zijn geslagen, maar we zien het ook zelf. We hebben laatst een reis naar Amerika gemaakt met een groep bedrijven. Je bent dan een week samen op pad en je ziet het onderlinge vertrouwen groeien! Dat hoeft natuurlijk niet in Amerika, maar het effect van samen optrekken is enorm.”
Verleun vult aan “Ik zie dat ook bij ons. Bedrijven waar we mee samenwerken omdat je de mensen al langer kent en vertrouwt. Zo kun je je eigen propositie verbreden. Ook al is er enige overlap, iedereen heeft wel iets dat de ander niet heeft. Er is geen enkel bedrijf hetzelfde. Zo kun je elkaar aanvullen en daar word je samen alleen maar beter van.”
De FEDA heeft nu vooral technologiegroepen voor leveranciers. Wat er nog op stapel staat is opnieuw de interactie met de systeemintegratoren. Verleun juicht dat natuurlijk van harte toe, dat is precies wat er wat hem betreft nog nodig is. Hij is iemand die graag proactief met de markt bezig is, dus Braakman ziet in hem in ieder geval een mooi klankbord.

Zoals voorzitter Hommersen vorig jaar al zei: “Samen met Atrium groep bouwen we aan een nieuw FEDA-team. Een team waarmee we meerwaarde gaan creëren voor onze leden. En waarmee we de aandrijf- en automatiseringstechniek in de markt willen positioneren als een sector die staat voor ontwikkeling en innovatie. Een sector die in belangrijke mate bijdraagt aan de reputatie van Nederland in de wereld.” De eerste stappen zijn gezet.