Hygiënische overwegingen voor voedselrobots

Bij het produceren van voedsel rukt de robot gestaag op richting het primaire bereidingsproces. De voordelen zijn evident. Een robot heeft geen vieze handen, kan onverstoord zijn werk doen, ook bij lage temperaturen en is nooit ziek. Dankzij de robot is voedsel veilig en zijn de producten in het schap van een constante hoge kwaliteit. Wel dient een aantal bijzondere hygiënische eisen in acht genomen te worden.

Robotica en food. Beide onderwerpen genieten een enorme populariteit. Robotleveranciers pikken letterlijk graag een graantje mee van een markt die weliswaar krappe marges kent, maar wel een zekere is: een mens moet eten. Andersom lijken voedselproducenten steeds meer gecharmeerd van robots. Dat je er je pallets goed mee kan stapelen? Dat wisten ze al een tijdje. Dat ze een geweldige aanwinst zijn voor bijvoorbeeld mengverpakkingen wordt ook steeds meer duidelijk. En inmiddels komt ook het besef dat robots aardige voedselbereiders zijn. De sleutel tot hun succes? Vooral de grote flexibiliteit die robots hebben ten opzichte van traditionele machines en systemen blijkt een groot pluspunt. Net als in andere sectoren worden ook in food de productlevenscycli steeds korter, de seriegroottes kleiner en de time-to-market korter. Bovendien heeft de voedselverwerkende industrie vaak te maken met natuurproducten met een grote productvariatie. Dat is natuurlijk koren op de robotmolen.

Hygiënisch én slimmer, kan dat?

Primaire proceskennis
Robots en food zijn dus een sterk duo. Maar niet elke robot kan zonder meer voor voedselproductie worden ingezet. Wil een robot als voedselverwerker aan de slag, dan moet hij aan een aantal strenge eisen voldoen. Iemand die dit als geen ander weet is Ron Verleun van VSE Industrial Automation. Als integrator van hygiënische deltarobots van diverse robotbouwers, is VSE een belangrijke partner voor menig voedselverwerkend bedrijf. ‘Robots rukken steeds meer op richting het primaire voedselverwerkende proces. Waar ze voorheen vooral verpakten of palletiseerden, verwerken ze nu naakt vlees, vis, groenten en fruit of bijvoorbeeld broodbeleg. Deze transitie maakt dat de voedselrobot een bijzondere plek binnen de robotica heeft ingenomen. Niet alleen is kennis nodig van motion, servotechnologie en besturingstechniek, ook dient een robotintegrator het voedselproductieproces in de vingers te hebben en oog te hebben voor de strenge hygiënische eisen die er gelden. Binnen VSE hebben we dit samengebracht in een integrale 4HD-aanpak. Hierbij staat HD voor Hygiënisch Design en VIER voor Verlichting, Installatie, Engineering en Robotica.’

Hygiënisch ontwerp
Gevraagd naar enkele specifieke robotkenmerken hoeft Verleun niet lang na te denken. ‘Al de hygiënische robots zijn uitgevoerd in typische “foodgrade” materialen als rvs, titanium en teflon. Hierdoor is contact met voedsel volledig veilig, en zijn de robots goed chemisch reinigbaar, zelfs onder zeer hoge drukken. Bovendien zijn bij een goed hygiënisch robotontwerp alle hoeken afgerond, zijn er geen kiertjes of gaatjes waar micro-organismen in kunnen achterblijven en zijn alle oppervlakken spiegelglad voor een optimale reiniging.’ De diverse hygiënische deltarobots, die VSE in de Benelux als onderdeel van haar 4HD-programma integreert, hebben overigens nog een aantal slimmigheden in petto die de hygiëne ten goede komen. Zo zijn ze uitgevoerd met vaste gewrichten en beschikken sommige varianten over een speciale hygiënische doorvoer voor kabels en additionele media. Verleun: ‘Bij de meeste deltarobots zie je dat de gewrichten met een veersysteem zijn uitgevoerd. Buiten het feit dat een veer natuurlijk een drama is om goed schoon te maken, moet je er niet aan denken dat er een veer breekt en een stukje ervan in het product terechtkomt. Je zal dan in ieder geval een metaaldetector in je lijn moeten integreren om te voorkomen dat dit verpakt en wel in de winkel komt te liggen en een vermogen kostende terugroepacties nodig zijn. Hetzelfde geldt voor de kabels en slangen die nodig zijn om de tools van energie te voorzien. Ook hier kunnen gemakkelijk etensresten aan blijven kleven en is een goede reiniging een probleem. Tot slot zijn gewone deltarobots vaak uitgerust met een coating die op termijn kan loslaten en in het voedsel terecht kan komen. Ook dit is natuurlijk uit den boze. Bij alle hygiënische robots die VSE integreert zijn al deze risico’s ondervangen.’

Compact en open totaalplaatje
Natuurlijk staat hygiëne voorop. Maar doen al die gewichtige extra covers en afdichtingen geen afbreuk aan de inbouwruimte en prestatie van de robot? Volgens Verleun hoeft dat helemaal niet het geval te zijn. Sterker nog: als je het goed doordacht aanpakt, kan een hygiënische oplossing ook tot betere prestaties leiden. ‘Door je motoren slim te plaatsen kun je zowel compact bouwen als IP69K halen. Geen veren toepassen? Dat betekent een hogere nauwkeurigheid. En met een slimme doorvoer kun je je pneumatische ventiel bijvoorbeeld veel dichter bij je grijper plaatsen. Dat betekent een kortere slang en dus hogere cyclustijden. Wat dat betreft geldt ook hier de aloude wijsheid dat je moet kijken naar het totale plaatje. Naar de hygiëne, naar motion, maar ook naar de rest van de installatie, de procesbesturing en verlichting. Waar de robot vandaan kom? Dat is niet doorslaggevend. Ook niet welk besturingssysteem de klant kiest, hierin is hij helemaal vrij. Wel moet alles op een verantwoorde manier worden geïntegreerd. Dat is de kern van onze 4HD-aanpak en daarmee willen we de wereld graag nog efficiënter en voedselveiliger maken.’

VSE is op de WoTS aanwezig in het Roboticapaviljoen op standnummer 10C038.