Voor u gelezen: zes mythes over technologie

Hella Hueck, redacteur technologie en innovatie van het Financieele Dagblad en Robert Went, econoom en werkzaam bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, zetten hun vraagtekens bij zes mythes over de hedendaagse technologie.

Mythe 1: De ontwikkelingen gaan sneller dan ooit
Het is zeker: de opkomst van robots, designbaby’s en het Internet of Things zet de wereld op z’n kop. De technologische ontwikkelingen zijn ‘nog nooit zo snel gegaan!’

Is dat zo? Mijn opa zaliger, in 1898 geboren, zag in zijn leven dat huizen elektriciteit en verlichting kregen en dat paard en wagen werden ingeruild voor de T-Ford. Hij maakte de uitvinding van penicilline eind jaren twintig mee. Wie denkt dat deze uitvindingen minder groots zijn dan bijvoorbeeld het internet, heeft last van chronocentrisme: denken dat dat de tijd waarin wij leven het belangrijkste tijdperk uit de menselijke geschiedenis is.

Mythe 2: ‘Move fast and break things!’
Klinkt stoer en een bekend motto van onder andere Mark Zuckerberg (Facebook) en Travis Kalanick (voorheen Uber). Om te innoveren moet je regels overtreden, anders kom je nergens, zeggen ze. Verliezen taxichauffeurs daardoor hun werk of verslechtert het leefklimaat? Jammer dan, niet jouw zorg. Je hebt toch lekker goedkoop een kamer of een taxiritje?
Op deze Pontius Pilatus-benadering – ‘ik was mijn handen in onschuld’ – is steeds meer kritiek gekomen.

Mythe 3: Scrummen, agile werken en staand vergaderen levert veel meer op
Veel bedrijven hebben tegenwoordig een ‘scrumruimte’, een soort luxe isoleercel. Lekker met het team ‘daily stand-ups’ houden om te ‘sprinten’: het opleveren van alweer een nieuw product. Het resultaat is dat de consument een halfbakken fabricaat krijgt voorgeschoteld. Of een product heeft dat ineens niet meer wordt ondersteund. Jammer dan, op naar de volgende gadget!

Is dat laatste juist geen onderdeel van het probleem? Jaarlijks belandt er zo’n 44 miljoen ton aan e-waste op de vuilnisbelt. Het is beter voor het milieu als we langer met onze mobieltjes doen. Daarnaast: het ‘sprinten’ maakt ontwikkelaars ook lui. ‘We fixen het in de volgende versie wel’, roepen ze dan. Maar daar is in de praktijk nooit tijd voor.

Mythe 4: Nieuwe technologie lost onze problemen op
Een voorbeeld: lange tijd was de gedachte: nieuw idee, gezellig, kantoortuinen! Dan zoeken collega’s elkaar op. Klopt niet. Mensen sluiten zich door het constante geroezemoes en andere afleidingen juist meer voor elkaar af dan in kantoren waar meer afgeschermde werkplekken zijn.

De inmiddels beruchte theoretische studie van Oxford-onderzoekers Frey en Osborne (2013) vermeldt dat 47% van de banen in de VS binnen twintig jaar door robots zouden worden overgenomen. In tegendeel: het aantal banen is sindsdien alleen maar toegenomen, en bijvoorbeeld het meest geavanceerde hotel in Japan heeft de helft van zijn robots al weer ontslagen.

Mythe 5: Technologie overkomt ons
Het gaat economisch beter, de lonen stijgen. Dus zoeken bedrijven naar mogelijkheden om te automatiseren, rapporteerde de centrale bank van Chicago laatst. Een benadering die je van klassieke economen mag verwachten. Maar het interessante is dat de Chicago FED óók rapporteert dat er bedrijven zijn die ervoor kiezen zo te automatiseren dat de productiviteit omhoog gaat en hogere lonen gerechtvaardigd zijn. Het laat zien dat technologie ons niet overkomt, zoals het weer.

Mythe 6: De overheid moet technologie aan ondernemers overlaten
Hueck en Went sluiten af het de zesde fabel: laat onderzoek en ontwikkelen maar aan ondernemers over, de overheid moet alleen zorgen voor zo weinig mogelijk regeltjes en bureaucratie. Econoom Mariana Mazzucato voert al jaren een succesvolle kruistocht tegen deze zesde en laatste mythe. Zij laat zien dat er zonder overheidsinvesteringen in onderzoek nooit een iPhone zou zijn geweest. En voor innovatie om bijvoorbeeld de opwarming van de aarde op te lossen, heb je niet alleen doortastende ondernemers nodig maar ook een koersvaste overheid.

Lees het hele artikel hier (17 downloads)

Afbeelding van FunkyFocus via Pixabay